Casablanca

Sole d’Italia voor rolstoelers

 

Surfend op zoek naar een rolstoeltoegankelijke vakantiebestemming, ondekte ik vorige zomer heel toevallig het plaatsje San Felice Circeo. Het ligt op pakweg honderd kilometer onder Rome, aan de kust. In de heuvels rond San Felice bevindt zich het vakantiecentrum ‘Centro Ferie Salvatore’. En dat centrum is volledig aangepast voor mensen met een mobiliteitsbeperking.

Salvatore is een kranige tachtiger die ooit in Duitsland in de verpleging werkte. Hij vond het schrijnend dat rolstoelgebruikers in zijn geboorteland nergens terechtkonden  en besloot daar iets aan te doen. Hij pakte zijn biezen, en samen met zijn vrouw en geld van privé-sponsors begon hij in de jaren ‘70 het Centro te bouwen. Nu is het een vakantieverblijf met 48 kamers.

Alle kamers zijn toegankelijk, de bedden zijn verhoogd, in de badkamers zijn de lavabo’s onderrijdbaar en er is een stoeltje voor de douche. Alles wordt elke ochtend perfect opgeruimd en gepoetst.  «Ik wilde van bij de start dat alles toegankelijk en aangepast zou zijn, maar het mocht er niet uitzien als een kliniek», vertelde Salvatore mij op een avond. En daar is hij perfect in geslaagd.

Vertellen, dat is iets wat Salvatore en zijn vrouw Ellen graag doen. Over hoe hun droom letterlijk uit het zand verrees, zonder subsidie van de overheid, over hun kinderen die zo stilaan het roer overnemen, over al die lieve mensen die ze in de loop der jaren leerden kennen en die vaak hun vrienden werden.

Familiaal

Sommige gasten komen al jaren samen met hun gezin of partner naar dit stukje bijna-paradijs op aarde, en dat draagt bij tot de familiale sfeer die er heerst. Ontbijten en avondeten doe je onder een gigantische palmboom in openlucht – het regent er bijna nooit – aan lange tafels. Je krijgt een plaats toegewezen en zo moet je maar zien op te schieten met je buren.

Die buren, dat zijn voor het grootste deel Duitsers, maar mijn vrouw en ik ontmoetten er ook een paar Britten, een Ierse mevrouw, een paar Franse toeristen…

Personeel en gasten gaan zeer ongedwongen met elkaar om – iedereen spreekt elkaar aan met de voornaam. Het kan geen kwaad als je een mondje Italiaans spreekt, want het keukenpersoneel, de serveersters en de poetsvrouwen zijn allemaal lokale mensen die in het beste geval een paar woorden Duits spreken.

Hetzelfde geldt in het dorpje San Felice, waar ik in een winkel een vliegenmepper wilde kopen. Dat ging van «Per favore, voglio un bzzz… pets!». Als Italiaans niet je sterkste kant is, stop dan een woordenboekje in je bagage of ontleen een Assimil in je plaatselijke bibliotheek (op vijf weken tijd heb je al de basis onder de knie). Vergis je niet: Rome mag dan een wereldstad zijn, de meeste Romeinen spreken enkel hun moedertaal.

Eten

Italië en lekker eten, dat zijn bijna synoniemen. En wie een paar keer in Italië is geweest, weet dat pasta een basisingrediënt is van elk menu, maar dat de Italiaanse keuken is veel meer is dan dat.

Het ontbijt in het centrum is op zich al een feest: fruitsap, broodjes, beleg, granen, yoghurt,  koffie, thee, te veel om op te noemen. Je kan je  buikje rond eten en dan is er nog voldoende over om je lunchpakket te bereiden. ’s Middags kun je namelijk in het centrum niet eten. Om een uur of tien, half elf is alles netjes afgeruimd en valt er niets meer te beleven. Met een goed boek onder de palmboom zul je je allicht niet vervelen, maar de keuken is dicht en een café is er niet. Wie zo rond de middag een frisse pint wil drinken, moet maar te voet naar het dorp of naar het strand en dat is een flink eind.

Daarom niet getreurd: het centrum beschikt over een aantal ruime minibussen die in de voormiddag drie keer naar het strand rijden, en in de late namiddag drie keer terug. Op verzoek wordt een excursie georganiseerd naar de lokale markt, naar de ‘oude stad’ San Felice of naar Rome.

En dat kan best gezellig zijn.

Houd er echter rekening mee dat het dorpscentrum of het ongelooflijk mooie want goed geconserveerde oude stadscentrum van San Felice niet aangepast zijn aan de wc-behoeften van minder mobielen. Het is dus wel flink zoeken, wringen en hijsen  voor je ergens een plas kan doen als je er met de rolstoel bent.

In het centrum van San Felice is er wekelijks een grote markt en daar bracht Bruno ons met een groepje met plezier naartoe. Je vindt er alles wat je op een klassieke markt vindt: kookgerei, kleding, maar ook heerlijke lokale groenten, kazen, vis en vleeswaren. Voor de geur alleen al zou je het doen.

Rome heeft betere wc-voorzieningen omdat een aantal toeristische trekpleisters aangepaste toiletten hebben, maar voor de rest is het in het oude stadscentrum huilen met de pet op. Een van de zeldzame uitzonderingen is de Piazza d’Espagna, waar je met een lift (!) ondergronds naar een aangepast toilet kan. Binnen de kantooruren, bij wijze van spreken.

Privé-strand

Een heel ander verhaal is het privé-strand van het centro aan de dijk van San Felice: De drie toiletten/kleedkamers zijn er heel ruim en volledig aangepast, er is een gezellige bar en via betegelde paden kan je het strand op, tot aan een verhoogd ligbed-met-parasol. Sterker nog: de redder/badmeester van dienst helpt je met een speciale rolstoel de brandig in en wie zelfstandig kan zwemmen wordt daar “te water gelaten” en even later weer opgevist. Wie niet kan zwemmen, kan toch nog genieten van de branding. En als je genoeg genoten hebt, voert de badmeester je onder de zoetwaterdouche. Heerlijk toch?

Wil je tussendoor een (tijdelijke) tattoo laten zetten, een hoofddoek of een handtas kopen? Geen probleem: zo ongeveer om de dertig seconden passeert op het strand een leurder. Ze zijn heus niet opdringerig en je kan altijd een flink stuk afbieden. Alleen polshorloges en radiootjes zou ik niet echt vertrouwen…

Zo is een dag voorbij voor je het goed beseft. Even opsmukken en aanschuiven voor het avondmaal. Eenvoudige, Italiaanse keuken met alles erop en eraan van antipasti tot desert, wijnkaraf inbegrepen. Uitgebreid, overvloedig en zeer lekker. Die ene goulash als toegeving aan de Duitse gasten vergaven we hen, want voor de hoofdschotel kun je altijd kiezen.

Klokvast

Het eten is klokvast. Om 19 uur ga je aan tafel en om 20.30 uur wordt alles kordaat afgeruimd. En wat dan? Boekje lezen, gaan slapen of… in het gebouw met terras ernaast nog een pint gaan drinken. In de onmiddellijke omgeving is er namelijk geen horeca: het centro ligt op een heuvel, middenin een residentiële wijk. Een avondwandeling naar het dorpscentrum duurt een half uur. Dan moet je nog terug en … dat is bergop.

Om maar te zeggen: als je met eigen vervoer bent, ben je mobieler en onafhankelijker.

Wij deden het zonder auto want vanuit Gent ben je al gauw twee dagen onderweg naar San  Felice. Zo gauw we ons verblijf geboekt hadden, boekte ik een vlucht voor twee bij Ryanair. Vanuit Charleroi (officieel ‘Brussels South’) waren we pakweg in twee uren in Rome. Daar werden we opgewacht door Bruno, volbloed Italiaan, spraakwaterval en manusje-van-alles. Na nog eens een dik uur rijden in een aangepaste  minibus waren we in het centro. Waar Salavatore en Ellen ons meteen tracteerden op een tweede, voluptueus ontbijt, gevolgd door een shuimende pint.

Grof gerekend hebben tien dagen San Felice, met inbegrip van de vliegreis en transport van en naar de luchthaven, ons (twee personen) om en bij de tweeduizend euro gekost. We waren er de eerste week van september. In het hoogseizoen zullen de prijzen wel iets hoger liggen, maar erg veel zal het niet schelen.

Confrontatie

Een paar kritische opmerkingen om te eindigen. Mijn vrouw is rolstoelgebruikster en vond een confrontatie met zovele andere gehandicapten (motorisch gehandicapten, geamputeerden, er was ook een apart groepje met down-syndroom) een beetje hard.  Wie tijdens zijn vakantie liever niet met zoveel handicaps geconfronteerd wil worden, zoekt misschien beter een andere bestemming.

Tweede minpunt: om buiten de vaste etensuren een flesje wijn van de keuken los te futselen, moest ik al mijn charmes gebruiken. Behalve heftig gepalaver met veel armengezwaai onder de vriendelijke keukendames had dat geen enkel effect. Gek genoeg: er zijn alleen kruikjes, geen flessen.

Drie: er waren veel vliegen. Kleine maar vervelende beestjes, ze zouden tot in je neus vliegen. En ze durven wel eens bijten, maar in het najaar schijnt dat normaal te zijn. En leg dan maar aan de lokale winkeljuffrouw uit dat je een “bzzz…ai…pets” nodig hebt. Mijn Italiaans begreep ze niet, mijn armengezwaai wel.

Van muggen hadden we geen last.

De lokale temperatuur begin september draaide rond de vijfentwintig graden (met iets hogere pieken rond de middag), maar Salvatore vertelde mij dat augustus veertig graden en meer had genoteerd. Global warming voelen ze ook in San Felice.

Meer info:

http://www.sanfelicecirceo.net
http://www.centroferiesalvatore.com
Vakantiefoto’s vindt u op
http://www.flickr.com/photos/gerritdeclercq/sets/72157602070048362/
U kunt mij ook mailen op gerrit.de.clercq@telenet.be

Gerrit De Clercq
Warande 88
9270 Laarne