Over mobiele en
minder mobiele mensen
Inhoud:
Nationale politieke partijen.. 5
Adviesraad voor gehandicapten.. 21
Andere vragen over mobiliteit 24
In discussies over mobiliteit wordt een groep burgers met regelmaat over het hoofd gezien: de minder mobiele mensen. Het gaat niet alleen om mensen die zwaar hulpbehoevend zijn en bijzondere zorg nodig hebben, maar ook om mensen met een baan, een gezin, die belastingen betalen en hun kiesplicht vervullen, en die door een speling van het lot mobiliteitsproblemen hebben. Voor deze rolstoelgebruikers, slechtzienden, doven en andere gehandicapten is mobiliteit een voorwaarde voor zelfredzaamheid én voor sociale integratie.
Gehandicapten vormen een grote minderheidsgroep die anno 2007 nog steeds volstrekt legaal gekrenkt wordt in een van zijn fundamentele rechten: het recht op mobiliteit. Zowat driekwart van alle horecazaken, maar ook een belangrijk deel van de culturele en toeristische infrastructuur in Vlaanderen is voor rolstoelgebruikers geheel of gedeeltelijk ontoegankelijk door hoge drempels, te smalle doorgangen, trappen naar het toilet enz.
Als we ervan uitgaan dat mobiliteit en zelfredzaamheid tot de basisrechten van elke burger behoren, dan moeten we vaststellen dat dat recht op ontelbare plaatsen in Vlaanderen wordt geschonden.
Gehandicapten zijn meestal door een speling van het lot beland in de toestand waarin zij zich nu bevinden. Velen van hen werken (of hebben gewerkt), betalen belastingen enz. Zij moeten dezelfde rechten hebben die de valide burgers hebben. Dat mag geen gunst zijn.
Nochtans kan je in Vlaanderen makkelijker te weten komen of je ergens (horeca, vakantieverblijven...) met je hond binnenmag, dan of je er met een rolstoel binnenkan. En als het gebouw toegankelijk is, dan is het lang niet altijd duidelijk of er ook aanpassingen zijn voor gehandicapten. ‘Toegankelijk’ en ‘aangepast’ zijn immers twee verschillende begrippen.
Toegankelijkheidsnormen en -symbolen zijn nochtans internationaal bekend en zouden dat ook in Vlaanderen moeten zijn. Bij overheidsdiensten valt de omzetting in de praktijk doorgaans nogal mee – althans wat de infrastructuur betreft - maar in de commerciële sector is het huilen met de pet op.
Er beweegt iets. Laagdrempelige trams zijn stilaan een vertrouwd straatbeeld, en op feesten en festivals duiken steeds meer toiletten voor mindervaliden op - ook al worden zij meestal als berghok voor emmers en borstels gebruikt. Theaters en concertzalen hebben voorbehouden plaatsen voor minder mobiele mensen (ook al bevinden die zich meestal helemaal achteraan) en in moderne cinema’s kun je vlot de zalen in (ook al zit je soms met je neus tegen het scherm).
De problemen die minder mobielen in Vlaamse steden en gemeenten ondervinden, zijn in het buitenland vaak al decennialang opgelost. Sterker nog: het voorkomen van problemen wordt doorgaans als normaal beschouwd. In ons land is de oplossing zelf een probleem.
De kern van de zaak is deze: mobiliteitsproblemen moeten a priori op basisniveau worden ingecalculeerd en dus voorkomen. De overheid moet daarin een dwingende rol spelen. In België zijn wij het echter zo gewend geraakt dat problemen a posteriori worden opgelost - als er tijd is, als er geld is, als de politieke wil er is - dat we lapmiddelen, hoe goed bedoeld ze ook zijn, de norm vinden.
De overheid mag er niet van uitgaan dat “we doen wat we kunnen”, maar wel dat “we doen wat we moeten doen”.
Wij zijn ervan overtuigd dat in Laarne de politieke wil en de luisterbereidheid aanwezig zijn om de wensen en noden van minder mobiele mensen om te zetten in concrete realisaties. Om problemen op te lossen moeten ze echter vooraf als probleem herkend worden, en dat is niet altijd makkelijk. Een valide mens die plots in een rolstoel belandt, ziet van de ene dag op de andere de wereld vanuit een heel ander perspectief: kasseien, een stoeprand, een drempel...
In de bladzijden hierna probeer ik een aantal problemen in kaart te brengen. Sommige zijn bekend, sommige zijn misschien al op weg naar een oplossing, andere zijn misschien minder bekend. In het verleden was ik lid van de verkeerscommissie van de VAB en ook als hoofdredacteur van UIT-magazine lagen mobiliteitsproblemen mij zeer na aan het hart. Ten slotte ervaar ik dagelijks met welke problemen de minder mobiele mens geconfronteerd wordt, vermits mijn echtgenote rolstoelgebruiker is.
Ik hoop dat dit document mag bijdragen tot een constructieve discussie met open geesten. Als politiek volstrekt neutrale waarnemer ben ik ervan overtuigd dat Laarne een voortrekkersrol kan spelen op vlak van toegankelijkheid, aanpassingen en mobiliteit in het algemeen.
Gerrit De Clercq
Laarne, januari 2007
In juni 2004 stuurde ik een brief naar alle politieke partijen, deels in het verlengde van een vergadering van mei 2004 in de gemeente (zie verder). Deze brief was een mix van eigen bedenkingen en ervaringen, maar ook van verzuchtingen uit het brede veld van minder mobiele mensen, die ik uit conversaties en lectuur heb gedistilleerd. De respons op mijn brief was groot en leerrijk. Voor een goed begrip: de webstek www.declercq.tk bestaat intussen niet meer.
De brief en de reacties erop maakten deel uit van het dossier 'Laarne op wielen' dat ik aan KLIK bezorgde, maar omdat de brief en de reacties ook elders op deze site te vinden zijn (zie 'Politiek op wielen'), heb ik ze hieronder weggelaten en alleen mijn vraag aan het college behouden. Het is de eerste vraag in een reeks van tien
VFG[1] wil gemeentelijke adviesraad voor personen met handicap
(Belga) Twee dagen na de installatie van de nieuwe gemeenteraden vraagt de Vlaamse Federatie van Gehandicapten (VFG) dat er in alle gemeenten een adviesraad voor personen met een handicap komt. Nu heeft zowat de helft van de 308 Vlaamse gemeenten een adviesraad of een werkgroep rond toegankelijkheid.
Als onderdeel van het project "Laat je stem horen" rond het gemeentelijk beleid, lanceert de vereniging vrijdag op de website www.besteburgemeester.be een databank met een overzicht van voordelen en tegemoetkomingen die gemeenten toekennen aan mensen met een beperking. Die kunnen ook van toepassing zijn op senioren en mensen met een chronische ziekte. De databank bevat gegevens van een kleine tweehonderd gemeenten, waarvan vier Brusselse.
Mensen met een handicap willen geen zes jaar wachten om hun stem nog eens te laten horen... Daarom ontwikkelde VFG haar project 'Laat je stem horen'!
VFG wil alvast dat er in elke gemeente een goed functionerende adviesraad voor personen met een handicap komt, zodat alle mensen met een handicap zich thuis voelen in hun gemeente.
Even belangrijk is dat mensen met een handicap weten op welke voordelen zij recht hebben in hun gemeente. Hiervoor ontwikkelde VFG op haar site een databank waar al deze info terug te vinden is.
Wij willen u kennis laten maken met:
3. Op de website van de VFG zijn een drietal items te vinden over de gemeente Laarne. Deze informatie is niet of zeer moeilijk te vinden op de website www.laarne.be Waar en hoe kunnen inwoners van Laarne deze en gelijkaardige informatie snel en eenvoudig vinden?
In 1993 introduceerden de Verenigde Naties 22 standaardregels die mensen met een beperking dezelfde rechten garandeert als andere burgers. Mensenrechten vormen hierbij de basis.
‘Agenda 22’ wil deze regels vastleggen in gemeentelijke beleidsplannen
Agenda 22 is een praktische methode om aan een gemeentelijk inclusief beleid te werken. De methode is gebaseerd op de 22 Standaardregels voor gelijke kansen voor mensen met een handicap die de Verenigde Naties hebben opgesteld.
Lokaal kunnen deze regels als wegwijzer gebruikt worden om, in plaats van losstaande of min of meer toevallige verbeteringen, structureel het hele beleid door te lichten. Centraal hierbij staat een gelijkwaardige samenwerking tussen lokale belangenbehartigers onderling én gemeenten. Een gemeente kan immers alleen met gebruik van ervaringsdeskundigheid een goed beleid voeren dat echt rekening houdt met de mogelijkheden van mensen met beperkingen.[2]
4. Zijn de standaardregels van ‘Agenda 22’ bekend bij het college? Welke van die principes worden op gemeentelijk vlak toegepast, of wil men gaan toepassen?
Op 24 mei 2004 had in de polyvalente zaal in de Keistraat een vergadering plaats met schepen Dirk Clerick en mevrouw Els Jacobs (woondienst) en een aantal mindervaliden uit Laarne-Kalken. Na een brede gedachtewisseling over de problemen en behoeften van gehandicapten in Laarne, werd informeel afgesproken dat er een follow-up zou komen.
5. Kan het college meedelen of er een verslag van die vergadering bestaat en waar dat verslag geraadpleegd kan worden? Kan de bevoegde schepen meedelen wanneer er een follow-up vergadering voorzien is?
Voor de sociale integratie en de zelfredzaamheid van gehandicapten is het van groot belang dat de infrastructuur in hun leefomgeving voldoende aangepast is. De meeste aanpassingen komen trouwens ook valide mensen ten goede, bijvoorbeeld ouderen, mensen met kinderwagens, fietsende ouders-en-kinderen...
Op dit moment is met voor mensen die slecht te been zijn of zich op wielen verplaatsen, levensgevaarlijk om zich autonoom in de dorpskern te begeven.
Basisbehoeften voor minder mobiele mensen zijn:
Technische aanpassingen (hellingsgraad van opritjes, deurbreedte, draaicirkels, drempelhoogte enz.) worden vaak – met de beste bedoelingen – verkeerd ingeschat. ‘Leken’ kunnen dan ook beter te rade gaan bij gespecialiseerde organisaties zoals het Vlaams Fonds voor de Integratie van Personen met een Handicap, VFG, KVG en andere.
Zo goed als alle Laarnse horecazaken zijn slecht toegankelijk voor mindervaliden en niet-toegankelijke wc’s zijn de regel. Een sensibiliseringsactie zou misschien de wind doen keren? Café- en restaurantuitbaters moeten beseffen dat dit niet alleen een sociale verantwoordelijkheid is, maar dat zij ook een deel uitgaven van dorpsgenoten én van toeristen aan hun neus zien voorbijgaan als minder mobiele mensen bij hen niet binnen kunnen.
8. Sensibilisering kan ook beloond worden. In verschillende Vlaamse en Nederlandse steden bestaat bijvoorbeeld een ‘toegankelijkheidsprijs’ die doorgaans heel wat media-aandacht krijgt...
De parel aan de Laarnse kroon, het kasteel, is nauwelijks toegankelijk voor wie slecht te been is en zeker voor rolstoelgebruikers. De bovenverdiepingen en de kelder zijn verboden terrein en de gehandicapte bezoeker die dringend moet, die moet het maar in zijn broek doen.
9. Is het college op de hoogte van hulpmiddelen die verdiepingen, ook in geklasseerde gebouwen, toegankelijk kunnen maken? Er bestaan trapliften, plateauliften, losse ‘rolstoeltransporters’, oprijgoten in alle maten en prijzen. Overweegt het college de aanschaf van één van die hulpmiddelen?
Op Europees vlak bestaan diverse adviesraden en normen voor de toegankelijkheid van gebouwen en mobiliteit in het algemeen. Veel van die informatie is gelijklopend. Ik beperk mij tot twee voorbeelden, die makkelijk op het internet te vinden zijn.
In België is concrete normering iets moeilijker te vinden, maar op websites zoals die van het Vlaams Fonds voor Integratie van Personen met een Handicap of die van de cel ‘Gelijke kansen in Vlaanderen’[4] van minister Kathleen Van Brempt zijn toch interessante publicaties te vinden, zowel in pdf- als in Word-formaat. Een paar onderwerpen die u vindt op de website van de Gelijke kansen-cel:
Toegankelijkheid van groengebieden
Toegankelijkheid van restaurants en cafés
Toegankelijkheid van winkels
Toegankelijkheid van bankgebouwen
Toegankelijkheid van voetpaden
Toegankelijkheid van gebedshuizen
10. Is het college op de hoogte van de inhoud van deze publicaties? Welke adviezen uit deze publicaties zijn opgenomen in het Masterplan?
(Foto's worden later nog wel aangevuld./.gdc)
Staat u mij toe u mee te nemen op een fotografische wandeltocht in onze gemeente. Het is een wandeling met haperingen, want mensen met beperkte mobiliteit komen onderweg obstakels tegen die valide mensen zeer waarschijnlijk niet eens zien. Een (onvolledig) overzicht.

Aan de slotgracht is één parkeerplaats voor invaliden, blauw gemarkeerd zoals het hoort. Rechts uitstappen is voor een rolstoelgebruiker haast onmogelijk door de haag, links kan alleen bij droog weer, zoniet beland je in de modder. Achteraan uitstappen? Bij droog weer kan het lukken, als je de oneffenheid van de kasseien en het uitstekende putdeksel er bijneemt.
Hier is geen doorkomen aan. Op het voetpad proberen de hoek om te komen, is levensgevaarlijk. De straat op, dan maar? Precies op dat moment komt er een auto aan...
Eens het hoekje om, wachten nog meer nare verrassingen.
We gaan dan maar de andere kant op, maar de stoep ligt er lamentabel bij. Valide mensen zien zoiets niet, maar voor mensen op wielen is dit beangstigend.
Even verder is het niet veel beter: aan café De Wastobbe verspert een tijdelijk verkeerslicht de doorgang, even verder is het een haag... of een verkeersbord, of iets anders.
We draaien rondjes, dat hebt u intussen wel door. Terug in de dorpskern willen we hier, ter hoogte van de rotonde, de straat over. Mooi niet. Dit is Parijs-Roubaix.
We wilden graag de straat over om even te verpozen in onze bijzonder charmante kerk. Het huis van de Heer is echter niet voor iedereen toegankelijk.
Even shoppen, dan maar? Deze lukraak gekozen handelszaak is duidelijk niet voorzien voor rolstoelgebruikers. In de vakliteratuur wordt een drempelhoogte van 2 cm doorgaans als maximum beschouwd.
Zullen we even wat geld uit de muur halen, even iets regelen aan het loket, iets in de kluis in veiligheid brengen? Alvast niet in dit bankagentschap. Dit is geen drempel meer, dit is een Atlantikwal. Handelaren moeten stilaan gaan beseffen dat “wie ons niet binnenlaat, ons geld niet krijgt”. Zo simpel is dat. Time to bite back.